Inspiratie voor veel meer dan alleen fantasy (De Legendes van Pendar)

In deze blog blik ik terug op wat ik geschreven heb in 2021 en wat er in de toekomst nog gaat komen. Het valt bijvoorbeeld op dat ik dit jaar hele andere inspiraties heb gekregen dan de jaren daarvoor. In 2021 heb ik namelijk voor het eerst meegedaan aan een paar schrijfwedstrijd. Dat was enorm spannend en ook wel pijnlijk af en toe, maar zeker de moeite waard! Die opdrachten hebben ervoor gezorgd dat ik goed in de startblokken kwam te staan voor een paar interessante nieuwe ontwikkelingen.

Schrijfwedstrijden zijn een geweldige inspiratiebron

Die schrijfwedstrijden hebben ervoor gezorgd dat ik een korte feelgood geschreven heb. Iets anders dan fantasy schrijven, had ik zonder die schrijfwedstrijd en hulp van andere auteurs nooit geprobeerd. Daar heb ik ook al behoorlijk wat positieve feedback op gehad, dus wie weet…

En ik heb ik zelfs een superkort romantisch kerstverhaal geschreven voor een wedstrijd van Tinteling Romance! De positieve feedback die ik daarop gekregen heb, heeft me aangezet om misschien eens verder te denken dan het schrijven van alleen maar fantasy, al doe ik dat nog wel steeds het liefst.

De feedback van Tinteling Romance

In het mailtje dat ik als reactie op mijn ingestuurde kerstverhaal kreeg, stond ongeveer dit.

“Wat een onwijs leuk verhaal! Deze gaan we binnenkort plaatsen. Je kunt goed schrijven en hebt een fijne pen. Absoluut doorgaan (mocht je dat al niet doen) met romantische verhalen schrijven en ik zou zeker mijn werk eens opsturen naar een uitgever, als ik jou was. Wie weet wat er dan kan gebeuren…”

Zoals je misschien wel gegokt had, kun je dit verhaal lezen onder andere op de Facebookpagina van Tinteling Romance! Mocht je geen toegang hebben tot deze pagina, kun je het verhaal aan het einde van deze blog terugvinden.

Schrijf ik nu geen fantasy of De Legendes van Pendar meer?

Zeker wel! De Legendes van Pendar 6 is ondertussen bijna af, alweer. De vierde versie wordt waarschijnlijk de definitieve versie. Zodra ik de laatste scènes geschreven heb, is De Serene Schuilplaats klaar voor puntjes op de i. Daarnaast ben ik ook van plan mee te doen met een schrijfwedstrijd van uitgeverij Zilverspoor. Daarvoor schrijf ik een alleenstaande fantasy in een hele andere wereld dan De Legendes van Pendar. Waar Pendar zich afspeelt in de huidige wereld en een losse magische wereld (of misschien wel twee of drie ;) ), speelt het Zilverspoorverhaal zich af in een alternatieve Middeleeuwse wereld met meer dan één maan. Veel ga ik daar nog niet over weggeven, maar als je op basis hiervan al interesse hebt om proef te lezen, hoor ik het graag! Je kunt me benaderen op Facebook, Instagram en LinkedIn :) Voor nu: veel leesplezier en tot snel.

Een kort, romantisch kerstverhaal

Giechelend loop ik de jongen met de kerstmuts tegemoet. Hij heeft het echt gedaan. Nu voel ik me een stuk minder stom met de mijne op mijn hoofd.

‘Hé Winnie, ik ben blij dat je ’m op hebt,’ begroet Luc me. ‘Anders loop ik er ook zo raar bij.’ Hij glimlacht breed en er landen twee sneeuwvlokjes op zijn neus. Die staat ietsje scheef naar links, net als die van mij.

‘Ik had je ook wel herkend zonder kerstmuts, hoor,’ zeg ik schouderophalend om zelfverzekerder over te komen dan ik me voel. Luc en ik hebben elkaar één keer eerder gezien tijdens het kerstdiner van een vriendin van me. Nu een week later lopen we samen door de sneeuw met kerstmuziek en allemaal vrolijke kerstverlichting.

‘Dat ik memorabel genoeg ben om me te herinneren is een goed teken, hoop ik.’ Het klinkt niet echt als een vraag, maar ik knik terwijl we richting de ingang van de dierentuin lopen.

‘Waar kopen we kaartjes?’

‘Maak je geen zorgen, dat heb ik al geregeld,’ antwoordt Luc terwijl hij triomfantelijk zijn telefoon uit zijn jaszak trekt. Hij draagt dunne zwarte handschoenen met speciale vingertoppen, zodat hij moeiteloos twee barcodes tevoorschijn tovert.

Het is rustig bij de ingang, dus we kunnen meteen doorlopen. Aan de ene kant hoop ik dat het binnen ook uitgestorven is, zodat we niet door massa’s mensen hoeven te ellebogen en niet over kindergeschreeuw heen hoeven te praten. Aan de andere kant voel ik wel druk om de stilte te vullen als we wel veel alleen zijn.

Terwijl ik alvast probeer te bedenken hoeveel ik al over Luc weet en wat ik kan vragen als het stil valt, stelt mijn date voor het buitengebied te verkennen. Lucs kerstmuts zakt iets verder op zijn voorhoofd, net over zijn rechterwenkbrauw heen. Even kijkt hij geërgerd omhoog voordat hij de muts van zijn hoofd trekt. Zijn haar krult en piekt alle kanten op, zelfs voordat hij zijn handen er doorheen haalt.

‘Laat mij maar,’ stel ik voor terwijl ik mijn hand uitstrek om de muts aan te nemen. Lucs ogen glinsteren, maar dat kan ook een weerspiegeling van de kerstverlichting om ons heen zijn. Hij zakt iets door zijn knieën, zodat ik bij zijn haar kan. Hij is maar een halve kop groter dan ik en als ik zijn haar goed wil doen zonder dat hij bukt, zou ik wel heel dicht bij hem moeten komen. Bij die gedachte worden mijn wangen warm. Snel probeer ik Luc af te leiden door de muts over zijn hoofd te trekken, niet te hard natuurlijk.

‘Bedankt hè, veel beter zo,’ zegt hij hartelijk terwijl hij ook aan de rand van mijn kerstmuts trekt. Tegelijk duwen we onze hoofddeksels terug naar achteren. ‘Zullen we dan maar?’ Luc gebaart naar het wandelpad rechts dat verlicht is met kerstlampjes. Hier en daar staat een spar gekleed in slingers en belletjes. Luc biedt aan warme chocolademelk met slagroom voor ons te halen, terwijl ik me verbaas over hoe schaamteloos de bonobo apen zijn. Als zij zich aangetrokken voelen tot iemand, klimmen ze er gewoon bovenop om dat te uiten.

Mijn date komt terug met een rode beker zonder slagroom voor mij, zo heb ik het graag, en zelf houdt hij een beker vast met bijna evenveel wit schuim als chocomelk. Ik neem de chocomelk met blote handen aan in de hoop dat de warmte op ze overslaat. Mijn blik blijft bij die van Luc hangen terwijl ik een slok neem.

Na Lucs eerste slok heeft hij natuurlijk een wit puntje op zijn neus en ik durf het aan om dat zachtjes weg te vegen met mijn duim. Er hangt een prettige spanning tussen ons en ik besef hoe erg ik het gemist heb om gewoon mezelf te kunnen zijn met iemand en om iets luchtigs en leuks te doen. Luc is zelfs bereid om het dierennamenspel met me te spelen, waar de dierentuin natuurlijk een geweldige plek voor is.

‘Slang.’

‘Heel poëtisch moet ik natuurlijk wel giraffe zeggen,’ antwoord ik terwijl we richting het giraffenverblijf lopen.

‘Egel hebben we al gehad toch? Laat me even denken.’

‘Even dan,’ zeg ik met een knipoog. Luc grijnst en ik zie de radertjes in zijn hoofd draaien.

‘Nemen we deze route?’ stelt Luc voor terwijl hij naar rechts wijst. Daar loopt een onverharde weg met een laagje sneeuw erop.

‘Dat ziet er glad uit,’ mompel ik. ‘Is dit wel een goed idee? Je kent me nog niet zo lang, maar ik sta erom bekend dat ik vaak val en uitglij,’ biecht ik op.

‘Als ik je mijn arm aanbiedt om je overeind te houden en om je dichterbij te halen, ben ik dan smooth of eerder zo smooth als een egel?’ Hij grijnst er breed bij. Als iemand anders dan Luc dit gezegd had, had ik waarschijnlijk gekokhalsd, maar van hem kan ik het hebben. Hij komt eerder nuchter en oprecht dan als een gladjakker over. Daarnaast: ik ben gek op stomme woordgrappen en flauwe opmerkingen, al zal ik dat nooit hardop toegeven.

‘Goed, als jij je arm aanbiedt, zal ik ’m aannemen, maar ik stel voor dat we het linkerpad nemen dat iets minder besneeuwd is. Dat komt vast ook bij interessante dieren uit.’

‘Daar kan ik me zeker in vinden,’ antwoordt Luc terwijl hij zijn elleboog naar me uitsteekt. Hij is zo dichtbij dat ik hem niet meer aan durf te kijken. Als ik mijn hoofd omhoog kantel, zijn onze neuzen misschien wel dichtbij genoeg om elkaar te raken. Wat als hij dan wil zoenen? Wil ik dat? Mijn maag maakt een prettige salto van de zenuwen als ik aan een kus van Luc denk.

Wanneer we de hoek om lopen en uitkijken op de giraffen, ben ik te diep in gedachten verzonken om door te hebben dat Luc stopt met lopen. Ik loop vrolijk door in de richting waarin we liepen, maar Luc besluit de bocht niet af te maken. Zachtjes bots ik tegen hem aan en hij laat mijn arm los om die van hem om mij heen te slaan. Hij kijkt glimlachend op me neer en zelfs terwijl ik mijn neus moet ophalen, voel ik me prachtig.

‘Heb je het koud?’ fluistert Luc. We zijn hier helemaal alleen, op de dieren na, en we staan zo dicht bij elkaar dat een fluistering genoeg is. ‘Achter ons staat een bankje met een warmtelamp erboven. Daar kunnen we even opwarmen, als je wil,’ gaat hij verder zonder mijn blik los te laten.

‘Goed plan.’ Het witte wolkje van mijn adem danst tussen onze gezichten in. Het warme licht van de lamp maakt schaduwen op Lucs gezicht, waardoor zijn hoekige kaak nog beter tot zijn recht komt. Vanaf hier kan ik ook een klein litteken op zijn kin zien.

‘Ongeluk met een schommel,’ beantwoordt Luc de vraag die ik niet hardop gesteld heb voordat we zitten.

‘Je litteken?’ Onopzettelijk wijs ik op mijn eigen kin. Luc knikt en schuift voorzichtig naar me toe.

‘Ik stond niet op te letten en toen zwiepte mijn broer de schommel per ongeluk in mijn gezicht.’ Een van zijn mondhoeken trekt omhoog, wat me laat weten dat hij er ondertussen wel om kan lachen. ‘Het moest gehecht worden. Gelukkig met lijm, niet met draad.’ Zijn stem klinkt laag en veel te zwoel voor de dierentuin. De manier waarop hij nonchalant over zijn kin wrijft, straalt een aantrekkelijk zelfvertrouwen uit, alsof hij alle schommels aankan die de wereld naar hem gooit.

Luc slaat zijn blik naar me op en ademt diep uit, alsof hij een beetje moet hijgen van het feit dat we zo dicht bij elkaar zitten. Mijn hart klopt luid in mijn borstkas wanneer zijn blik over mijn mond glijdt. Luc trekt zijn eigen lippen naar binnen om ze nat te maken terwijl hij van me wegkijkt. Zonder nog iets te zeggen slaat hij een arm om me heen. Zijn lichaamswarmte tintelt tegen mijn gezicht.

Mijn date houdt me vanuit zijn ooghoek in de gaten. Ik moet iets zeggen, maar wat? Ik heb nog helemaal niet op zijn verhaal gereageerd!

‘Ik heb een litteken in de vorm van een kruisje op mijn voet,’ flap ik eruit. Luc knippert een paar keer en draait zich naar me terug. Onze gezichten zijn zo dicht bij elkaar dat onze neuzen elkaar bijna raken. Zijn warme adem prikkelt prettig op mijn lippen.

‘Hoe krijg je dat voor elkaar?’ vraagt hij met zijn zwoele fluisterstem. Wanneer hij nog iets dichter naar me toe leunt, giechel ik nerveus. Hij gaat het echt doen, hij gaat me zoenen. ‘Wist je dat je kuiltjes in je wangen krijgt als je lacht? Hierzo,’ zegt hij terwijl hij met zijn gehandschoende wijsvinger zachtjes in mijn wang prikt, vlak bij mijn oor onder mijn jukbeen.

Ik voel een druppel vocht vanuit mijn neus naar beneden kruipen en voel me meteen een stuk minder aantrekkelijk. ‘Ik fietste tegen een paaltje aan,’ zeg ik zo snel dat het bijna onverstaanbaar is. Ik schuifel demonstratiever dan ik gewild had bij Luc weg. ‘Mijn enkel raakte de paal zo hard, dat het een wond veroorzaakte. Daardoor zit er nu waar de bovenkant van mijn voet aan mijn been zit een donkerder kruisje.’

Luc kantelt zijn wenkbrauwen vragend omhoog zonder daadwerkelijk een vraag te stellen. Dan schraapt hij zijn keel en staat hij op. ‘Zullen we verder lopen?’ Kak, met de fysieke afstand die ik gecreëerd heb, hangt er nu ook een ongemakkelijkheid tussen ons in.

‘Ja, prima.’ Ik forceer een glimlach die niet tot mijn ogen komt. Misschien kan ik dit nog redden.

We lopen nog twee dierenverblijven voorbij en komen dan bij de uitgang aan.

‘Zullen we de binnenroute nemen?’ stel ik voor. Luc fronst en vermijdt oogcontact.

‘Ik, ehm… vind het ook niet erg om er voor vandaag een einde aan te breien. Ander keertje misschien?’

Ik slik hoorbaar en haal mijn neus nog eens op. Knikkend stem ik in. Zwijgzaam lopen we het park uit, onder de prachtige zwarte poort door.

We wachten samen bij de bushalte tot bus 73 en bus 2 verschijnen.

Wanneer er nog maar één minuut wachttijd voor mijn bus staat, draait Luc zich met een diepe rimpel in zijn voorhoofd naar me toe. ‘Er is één ding dat ik niet begrijp,’ zegt hij terwijl hij een wijsvinger opsteekt. Ik hou mijn adem in. ‘Waarmee heb ik je afgeschrikt? Ik dacht dat we het gezellig hadden? Je vond zelfs al mijn domme opmerkingen leuk.’ Met een frons boven zijn grote ogen wacht hij op antwoord en mijn hart smelt. Luc steekt zijn handen in zijn zakken en trekt zijn schouders op tot vlak onder zijn oren. ‘Wat heb ik fout gedaan?’

‘Ik wil niet dat de eerste kus die we delen, een snotterende is.’ Met het schaamrood op mijn wangen, probeer ik me achter mijn sjaal te verstoppen. Luc begint hardop te lachen, zo hard dat hij bijna dubbelvouwt.

‘Waarom zei je dat niet gewoon?! Wat een opluchting!’

‘Dat is waarom ik de binnenroute voorstelde,’antwoord ik zachtjes, bang dat hij me nog harder uitlacht. ‘Snotterend zoenen is goor en ik wil niet dat je me vies vindt. De eerste kus moet heet zijn en smaken naar meer. Wat als ik vies smaak of als je vindt dat mijn adem stinkt? Ik hou niet van pepermuntkauwgom dus…’ begin ik te ratelen.

‘Zelfs na die ongemakkelijkheid op het bankje wilde je me nog zoenen?’ Ik knipper een paar keer en vraag me af of het een retorische vraag was. Luc haakt zijn arm in die van mij en trekt me mee terug de dierentuin in. De dame achter de balie slaat ons fronsend gade, maar zegt niets wanneer Luc vriendelijk zijn hand opsteekt en zich verontschuldigt.

Onderweg naar het binnengedeelte grist Luc grijnzend een servetje bij een oliebollenkraam vandaan. Kerstmuziek komt ons luid tegemoet. De deuren naar het gebied met tropische vogels zoeven voor ons open en Luc propt het servetje in mijn hand. Voordat ik kan vragen wat hij van plan is, zegt hij: ‘Snuit je neus eens. Met die brillenblazers hier kan ik het toch niet horen.’ Hij wijst op een plastic tapirhoofd dat inderdaad veel herrie maakt. Glunderend draai ik me van hem af om wat aan mijn snotneus te doen. Wanneer ik er meer dan zeker van ben dat er het komende halfuur geen druppel meer uit mijn neus ontsnapt, draai ik me met kriebels in mijn buik om naar mijn date.

‘Klaar.’

‘Mag ik je dan nu eindelijk zoenen alsjeblieft?’ vraagt Luc terwijl hij me met een blik vol verwachting tegen zich aantrekt.

‘Graag,’ antwoord ik terwijl het puntje van mijn scheve neus de zijne raakt.


Twitter Facebook LinkedIn Volgen


Inspiratie voor veel meer dan alleen fantasy (De Legendes van Pendar)

Productief schrijven: werken schrijfsprintjes?

Tips voor het schrijven van een character driven verhaal

Supertip: Hoe bouw je een bijpersonage uit?

13 stappen: Hoe maak ik een (digitale) fantasy landkaart?

Inspiratie voor veel meer dan alleen fantasy (De Legendes van Pendar)